In Apenstaartjaren maken we een onderscheid tussen toestelgebruik en -bezit. Die nuance is belangrijk: wat kinderen, tieners en jongeren gebruiken, is niet altijd hetzelfde als wat ze zelf bezitten. Bij toestellen die ze zelf bezitten, hebben ze doorgaans meer autonomie en kunnen ze zelf bepalen wanneer en hoe ze die gebruiken. Wanneer toestellen gedeeld worden met ouders, broers of zussen, gebeurt het gebruik vaker in overleg en binnen afspraken of regels die samen worden vastgelegd.

